In Twente wordt het burgemeesterschap opnieuw uitgevonden

 

 

 

unnamed

 

Hade Dorst & Michiel Stapper

Michael Sijbom, voorheen landelijk campagneleider voor het CDA, werd in september 2011 benoemd tot burgemeester van Losser. Hij valt daar op door de vervlechting van sociale media en ‘off-line’ communicatie met de bewoners van deze Twentse gemeente. We zitten klaar om hem, volgens afspraak, ’s ochtends vroeg op te bellen voor een interview. Michael Sijbom is ons echter voor. ‘Zullen we maar beginnen? Ik heb een hoop afspraken vandaag, dus ik denk, hoe eerder, hoe beter!’

Natuurlijk! Er is de afgelopen decennia veel discussie over de kloof tussen burger en politiek. Is dat iets van alle tijden, denkt u, of wordt het de laatste jaren steeds sterker? ‘Ik denk dat vooral het gevoel over het bestaan van deze kloof steeds sterker wordt, en dat heeft volgens mij twee redenen. De overheid is allang niet meer zo machtig, heeft allang niet meer zoveel invloed op het leven van mensen. De positie van de overheid in het dagelijks leven van mensen is dus veel minder dan in het verleden. Er gebeurt heel veel zonder dat de overheid zich daarmee bemoeit: een participatiemaatschappij. Aan de andere kant heeft de overheid nog steeds het gevoel dat zij die belangrijke positie nog steeds wel innemen, dus daar zit een soort verwachting, een soort ambitie van de overheid.

Ik constateer dat er al veel gebeurt zonder dat wij daar betrokken bij zijn. Dat leidt er toe dat mensen zich kunnen gaan afvragen wat de overheid eigenlijk voor hen doet. Ze betalen belasting, maar zien daar onvoldoende resultaat van. Voorheen was de betrokkenheid bij het democratische proces groter, maar had men ook meer vertrouwen in de mensen die het deden. Daar bemoeide men zich ook niet mee. Nu zie je dat bijvoorbeeld het gemeentebestuur nog steeds wel bestaat uit mensen uit de samenleving, maar dat de connectie met de overige bevolking veel minder is. Vroeger was een lokale politicus iemand die je kende uit de kerk, of uit allerlei andere verbanden die de samenleving bijeen hielden.

Ook zie ik dat de samenleving steeds meer bestaat uit netwerken. Mensen zijn onderdeel van allerlei netwerken, en de verbanden onderling tussen die netwerken is onvoldoende aanwezig. De grootste uitdaging voor mij, voor de overheid, is proberen die netwerken met elkaar te verbinden, door juist zichtbaar binnen die netwerken aanwezig te zijn. Op school, op de voetbalvelden. Een connectie maken, weten wat er speelt. Mensen motiveren en stimuleren om zelf ook meer bij te dragen.’

Hoe probeert u dat als burgemeester te bereiken? ‘Op een aantal manieren. Allereerst door heel actief te zijn op social media. Ik had het al over al die netwerken. Ik volg ongeveer 4.500 van de 23.000 Lossenaren. Via die 4.500 bereik ik een groot deel van de gemeenschap, en ook alle lagen van de gemeenschap: hoogopgeleid, gemiddeld opgeleid, mensen die werkloos thuis zitten. Oud of jong, ik bereik veel van die netwerken door gewoon te kijken wat er gebeurt, daarop te reageren, of zelf actie te ondernemen op het moment dat ik denk: dit is belangrijk, dit is iets waar iedereen trots op is of dit is iets dat iedereen aangaat. Een prestatie van een inwoner bijvoorbeeld, of als we als gemeente op een leuke manier in een blad staat. Om dat soort nieuws te verspreiden en samenhang te creëren gebruik ik veel social media.

Daarnaast probeer ik ook gewoon veel aanwezig te zijn als er in de gemeenschap iets gebeurt. Ik ga het gesprek met mensen aan, bezoek mensen individueel en zorg dat ik ook goed geïnformeerd ben, of dat nou via de politie, het eigen ambtelijke apparaat, of via de hulpdiensten is. En dan gaat het voornamelijk om zaken die vaak minder prettig zijn, onrust, gedoe.’

Denkt u dat dat ook mogelijk is in grotere gemeenten? ‘Dat moet je dan op een andere manier organiseren. Wat mij zo verbaast, is dat mensen onvoldoende doorhebben dat de virtuele wereld dwars door de normale wereld heenloopt. Er wordt daar veel informatie verspreid waar je van alles uit kunt halen en mee kunt doen. Simpelweg zorgen dat je als overheid goed bereikbaar bent, dat mensen je kunnen bellen of berichten kunnen sturen en dat je daar antwoord op geeft, dat is een kwestie van organisatie. In een grotere gemeente is het een stuk lastiger overal persoonlijk antwoord op te geven. Maar het lijkt me sterk dat je dat niet op een andere manier kan zorgen dat je wel voldoende door hebt wat er gaande is, en dat je mensen daadwerkelijk de ruimte kan geven om hun ongenoegen of hun positieve boodschap kwijt te kunnen. Het is ook een kwestie van weten wat er speelt, hè. Een mooi voorbeeld: eens per jaar horen veel jongeren in Losser of ze wel of niet geslaagd zijn. Dan weet je dat dat op dat moment iets is dat mensen bezig houdt. Dan roep je op om leuke foto’s in te sturen of telefoonnummers door te geven van mensen die geslaagd zijn zodat je er een aantal persoonlijk op kunt bellen om te feliciteren. Je moet op dat soort momenten proberen een connectie te maken, enerzijds om te laten zien dat je weet wat er speelt, maar anderzijds ook omdat je door die gesprekken weet waar de jeugd mee bezig is.

Zoiets kun je ook op een ander niveau organiseren. Maar het is wel een combinatie van on- en offline, omdat die werelden door elkaar heen lopen. Als er vandaag iets gebeurt, dan weet ik zeker dat dat morgen op Facebook staat en dat iedereen er een mening over heeft.’

Michael Sijbom geeft iedereen die gestemd heeft een kopje kippensoep tijdens de gemeenteraadsverkiezingen (bron: Tubantia, 2014)

Veel gemeenten worden samengevoegd. Is dat een goede ontwikkeling? ‘Nee, het leidt alleen maar tot een grotere afstand. Samenwerken moet, veel taken kun je samen doen. Maar als we zouden doorgaan met samenvoegen van gemeenten hebben we niets geleerd van allerlei andere onderdelen van de samenleving waar dat is gebeurd, zoals het onderwijs, of de zorg.

Kijk, natuurlijk kan het op bepaalde punten efficiëntie opleveren. Het nadeel is alleen dat de afstand op de werkvloer, tussen klanten en leidinggevenden, management, of tussen een ziekenhuisdirecteur en zijn patiënten, vergroot wordt en dat gaat dat ten koste van de betrokkenheid. En als dat nou leidt tot een beter product… Vaak is dat ook wel zo, bij ziekenhuizen en onderwijs, dat moet je ook niet ontkennen. Wel vraag ik me af of dat bij gemeenten ook zo werkt en of veel problemen niet opgelost kunnen worden door op een andere manier samen te werken. De kern van een gemeente is democratie, is betrokkenheid, is zorgen dat mensen een connectie maken. Natuurlijk, in een netwerksamenleving zit je als overheid niet aan het stuur, maar het is wel belangrijk dat je op een aantal punten mensen vooruit kan helpen, dat je zorgt dat je daar dichtbij zit. En dat kan juist goed in een kleine gemeente.’

Dus u vindt eigenlijk dat die fusiegolf wel ten einde moet zijn? ‘Net over de grens in Duitsland heb je nog veel kleinere gemeenten, van 10.000 inwoners, en die functioneren ook optimaal. Dus wat is de optimale schaal? Daar is in de regio ook discussie over. Welke taken moet je op een hoger niveau uitvoeren, en welke niet? Dat is de uitdaging waar we de komende jaren voor staan in de gemeente. Hoe kunnen we op een logische manier taken gezamenlijk uitvoeren? Het nadeel van het huidige systeem, waar we veel samenwerkingsverbanden op verschillende schalen hebben, is dat het moeilijk democratisch te controleren valt. De politie werkt op een andere schaal dan de hulpverlening. Als we nou eerst eens kijken waar er logischer samengewerkt kan worden, voorkom je daarmee wellicht weer dat er opgeschaald moet worden, dus dat vind ik een zinvollere discussie.’

De Vlaamse denker David van Reybrouck is voorstander voor het loten van burgers, in een burgertop. Wat vindt u van dit soort initiatieven? ‘Hartstikke goed, ik denk dat we daar ook veel van kunnen leren. Voornamelijk dat we de samenleving niet per se meer moeten betrekken bij het democratische proces, maar dat we het democratisch proces juist bij de samenleving moeten betrekken. Het is heel positief dat je uit verschillende delen van de samenleving mensen bij elkaar brengt. Dat vind ik ook het mooie aan al die initiatieven. Bij de G1000 Amersfoort speelde de gemeente helemaal geen grote rol. Die was meer toehoorder dan actief betrokken, en dat vond ik een hele bijzondere keuze. Dat is positief, maar je moet ook niet onderschatten hoeveel kennis er bij de gemeente aanwezig is, zowel bij ambtelijke organisaties als bij het bestuur, en hoeveel mogelijkheden de gemeente heeft op sociaal of ruimtelijke gebied om dingen te stimuleren, te activeren. Als samenleving en gemeentebestuur heb je gezamenlijk de verantwoordelijkheid over een aantal grote maatschappelijke problemen en daarbij kiest ieder zijn rol. De overheid hoeft daar niet te terughoudend in te zijn. Maar op andere vlakken kan de overheid best een meer terughoudende rol aannemen en denken, laat de samenleving het maar zelf doen. Het belangrijkste is dat je daarover wel de dialoog aangaat.’

Denkt u dat zoiets als een burgertop binnenkort ook in Losser georganiseerd zal worden? ‘Nou, zo’n G1000, dat weet ik niet, maar we hebben de dialoog met de verschillende verenigingen die al actief zijn wel al opgestart. We hebben een aantal jaar geleden al gezamenlijk een toekomstvisie opgesteld en de uitvoering daarvan ook gedeeltelijk neergelegd bij de verschillende dorpsraden die daarvoor een budget hebben gekregen en daarnaast gestimuleerd worden om met nieuwe ideeën te komen. Dat proces proberen we wel vanuit het gemeentehuis te stimuleren. Er gebeurt dus al veel. De participatiemaatschappij bestaat al heel lang in Losser, en op verschillende andere plekken in Nederland, dus dat is het probleem niet. De grote uitdaging is: hoe kunnen we een overheid krijgen die daar maximaal op inspeelt?’

Zijn er ook nieuwe ideeën voortgekomen uit die dorpsraden waar u zelf nog niet aan gedacht had?

‘Het zijn vaak hele kleine dingen die tot grote resultaten leiden. In die dorpen is er bijvoorbeeld de mogelijkheid ’s avonds een wandeling te maken door de natuur. Zo’n route is bijvoorbeeld gezamenlijk uitgestippeld, en valt ook concreet uit te voeren. Het is een kwestie van schaal, mensen weten vaak heel goed wat de juiste oplossing is voor problemen, maar ze weten niet hoe ze de juiste mensen bij elkaar kunnen krijgen om die oplossing uit te kunnen voeren.’

Tot slot; uit onderzoek blijkt dat nog maar 16% van de Nederlanders tegen de gekozen burgemeester is. Hoe denkt u daarover? ‘Ik sta daar wat dubbel in. Ik merk dat je geen gekozen burgemeester hoeft te zijn om herkenbaar te zijn, draagvlak te hebben en effectief te zijn. Dus tja, welk probleem wordt er mee opgelost? Ik zeg altijd heel flauw: ik denk dat ik als ik kandidaat zou zijn voor de verkiezing van burgemeester van Losser, er weinig mensen op me gestemd zouden hebben. Ik was niet heel bekend, werkte in Rotterdam, niemand had een beeld van me. Vervolgens zit ik hier en kan ik concluderen dat ik nu veel meer kans zou maken omdat mensen me kennen. Maar het is juist die onafhankelijkheid die zo belangrijk is. Ik was niemand schatplichtig, niemand kon zeggen: ‘dankzij mij zit je hier’. Natuurlijk hou je je aan het democratische proces van de verkiezing door de raad, maar uiteindelijk is die onafhankelijkheid de kracht, a-politiek zijn, het boven de partijen staan. Dat is misschien wel één van mijn belangrijkste voordelen. Dus ik ben er niet zo’n voorstander van, juist omdat er niet echt een probleem mee opgelost wordt.

Er zullen altijd mensen zijn die toch ontevreden zijn, vaak ook omdat niet direct zichtbaar is wat je doet. Maar een burgemeester met veel bestuurlijke ervaring is veel waard, en de vraag is of je dat met een gekozen bestuurder ook automatisch in huis haalt.

Wat ik uiteindelijk het meest van belang vind als burgemeester is de nabijheid tot de burger. Dat je ’s avond laat nog een bericht kan sturen en dan ook gewoon antwoord krijgt. Tussen de samenleving staan, ik denk dat dat voor een moderne burgemeester het belangrijkst is.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>